WAB-date #8: WW-premiedifferentiatie

Dit is onze achtste blog in een serie van WAB-dates. Onze WAB-dates zijn korte updates over verschillende onderwerpen uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). In iedere WAB-date staan wij stil bij een onderdeel van het arbeidsrecht dat door de WAB gewijzigd wordt.

In deze WAB-date staat de WW-premiedifferentiatie centraal.

De WAB introduceert een premiedifferentiatie voor de WW op basis van de aard van het contract. Er komt een lage premie en een hoge premie voor werkgevers. Het verschil in hoogte is vijf procent. In het jaar 2020 geldt een lage premie van 2,94% en een hoge premie van 7,94%. De premie wordt berekend over het zogenaamde sociale verzekeringsloon (sv-loon).

Wanneer betaalt de werkgever de lage WW-premie?

De hoofdregel is dat een werkgever de lage WW-premie betaalt voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is. Wat een oproepovereenkomst is, lees je hier.

Als een schriftelijk bepaalde tijdcontract van rechtswege is omgegaan naar een onbepaalde tijdcontract, zonder dat dit onbepaalde tijdcontract schriftelijk is vastgelegd, dan kan alsnog de lage WW-premie verschuldigd zijn. Partijen moeten dan een addendum overeenkomen bij de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Werkgevers hebben tot uiterlijk 1 april 2020 om ervoor te zorgen dat dit addendum aanwezig is. Lees hier onze blog voor meer informatie.

Ook in de volgende gevallen betaalt de werkgever de lage WW-premie, zelfs al is geen sprake van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd:

  • Arbeidsovereenkomsten die gesloten worden in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL).
  • Bij werknemers die jonger zijn dan 21 jaar en per maand minder dan 52 uur werken of per vier weken minder dan 48 uur werken.
  • Over uitkeringen op grond van werknemersverzekeringen (WW, ZW, Wet WIA, WAZO): zowel in het geval dat UWV de uitkering rechtstreeks betaalt aan de werknemer als in het geval dat de werkgever de uitkering ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt.

Wanneer betaalt de werkgever de hoge WW-premie?

In alle gevallen die niet vallen onder de lage WW-premie, is de hoge WW-premie verschuldigd. Bijvoorbeeld in het geval van een oproepovereenkomst voor (on)bepaalde tijd, een nuluren- of min-maxcontract of een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd die niet schriftelijk is vastgelegd.

Wordt meer dan 30% van de overeengekomen uren overgewerkt? Dan geldt ook de hoge premie.

Herzien van lage WW-premie

Vanaf 1 januari 2020 gelden twee herzieningssituaties. In deze gevallen wordt de lage WW-premie herzien en is met terugwerkende kracht de hoge WW-premie verschuldigd.

  • Als de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang eindigt, ongeacht de reden van beëindiging.
  • Als de werknemer binnen een kalenderjaar 30% of meer uren krijgt uitbetaald dan overeengekomen met de werkgever. Dit is niet van toepassing op contracten die zijn aangegaan voor 35 uur of meer per week.

Na 2020 wordt bekeken of, en zo ja wanneer, twee aanvullende herzieningsgronden in werking zullen treden. Dit zijn:

  • Als de werknemer binnen een jaar na de aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering ontvangt.
  • Als de werknemer een WW-uitkering krijgt toegekend, terwijl maximaal een jaar eerder bij dezelfde werkgever het lage percentage moest worden herzien op de voorgaande grond (binnen een jaar WW-uitkering).

Loonstrook

Werkgevers zijn onder de WAB verplicht op de loonstrook te vermelden of sprake is van een bepaalde of onbepaalde tijdcontract en of sprake is van een oproepovereenkomst.

Boetes

De wetgever heeft maatregelen opgenomen in de WAB die gericht zijn op het voorkomen van fouten, fraude te ontmoedigen en om effectief te kunnen handhaven. De maximale boete die opgelegd kan worden, is 100% van de niet of niet tijdig betaalde premie als bijvoorbeeld incorrecte informatie is weergegeven op de loonstrook.

  • In geval van grove schuld kan een boete opgelegd worden van 25%. Denk hierbij aan laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid.
  • In geval van opzet kan een boete worden opgelegd van 50%. Denk aan het willens en wetens opgeven van verkeerde informatie.
  • In geval van herhaaldelijke opzet kan een boete van 100% opgelegd worden.

Ook kan overgegaan worden tot strafvervolging (in afstemming met het Openbaar Ministerie).

Advies?

Houd rekening met het verschil in hoogte van de lage en hoge WW-premie en pas eventueel het HR-beleid hierop aan (bijvoorbeeld sneller een onbepaalde tijdcontract en/of niet op oproepbasis). Zorg er in ieder geval voor dat correcte informatie weergegeven wordt op de loonstrook ter voorkoming van boetes.

Heeft u vragen over de WW-premie of de WAB? Neem contact op met mr. Adriënne van Geel via avangeel@vangelderadvocaten.nl of telefonisch via 088 – 8840840.