Opvolger Wet DBA pas in 2021?!

U heeft wellicht gemerkt dat de opvolger van de Wet DBA er nog steeds niet is. Zelfstandigen en opdrachtgevers blijven hierdoor in onzekerheid. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een voortgangsbrief van 26 november 2018 aangekondigd dat de opvolger van de Wet DBA niet eerder dan 1 januari 2021 in werking zal treden. In deze blog maken wij een terugblik naar de plannen uit het Regeerakkoord en beschrijven wij de huidige stand van zaken.

Een terugblik naar het Regeerakkoord

In het Regeerakkoord is onderscheid gemaakt tussen drie categorieën ‘zelfstandigen’:

  • zelfstandigen met een arbeidsovereenkomst. Er is op basis van het Regeerakkoord sprake van een zelfstandige met een arbeidsovereenkomst als de zelfstandige een laag uurtarief heeft (tussen € 15,- en € 18,-) in combinatie met ofwel een langdurend contract ofwel als reguliere bedrijfsactiviteiten worden verricht.
  • zelfstandigen met een opt-out-mogelijkheid voor werknemersverzekeringen. Deze zelfstandigen moeten een uurtarief hebben van meer dan € 75,- in combinatie met ofwel een kortdurend contract ofwel dat geen reguliere bedrijfsactiviteiten worden verricht.
  • zelfstandigen die via een opdrachtgeversverklaring gevrijwaard worden voor loonheffingen. Zelfstandigen boven het laagste uurtarief (meer dan € 18,-) zouden via een webmodule een opdrachtgeversverklaring kunnen verkrijgen waaruit zou blijken of bijvoorbeeld een gezagsverhouding aanwezig is.

Bovenstaande plannen uit het Regeerakkoord zouden ter vervanging van de Wet DBA zijn. Er zijn echter nog geen wetsvoorstellen of concrete plannen aanwezig.

Huidige stand van zaken

In de voortgangsbrief van 26 november 2018 heeft Minister Koolmees aangekondigd dat de webmodule voor het aanvragen van de opdrachtgeversverklaring eind 2019 gereed zal zijn. Het begrip ‘gezagsverhouding’ zal in januari 2019 door de Belastingdienst toegelicht worden.

Voor wat betreft de plannen rondom zelfstandigen met het laagste uurtarief (tussen € 15,- en € 18,-) is het de vraag of dit in strijd is met Europese regelgeving rondom vrijheid van vestiging en dienstverlening. Het kabinet gaat om deze reden naast de huidige plannen om zelfstandigen met een laag tarief aan te merken als werknemers met een arbeidsovereenkomst, andere routes verkennen. Circa 13-14% van zelfstandigen vallen volgens een recent onderzoek binnen de categorie zelfstandigen met het laagste uurtarief. Wetgeving ten aanzien van zelfstandigen met het laagste tarief (en ook met betrekking tot de opt-out voor het hoogste tarief) zal op z’n vroegst pas per 1 januari 2021 in werking kunnen treden volgens Minister Koolmees.

Over handhaving zal vermoedelijk meer informatie verschijnen eind 2019. Tot die tijd blijft het huidige beleid van toepassing, wat inhoudt dat slechts bij kwaadwillendheid gehandhaafd zal worden (zoals in het geval van schijnzelfstandigheid).

Tot slot

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen. Leg in de tussentijd afspraken goed schriftelijk vast in een overeenkomst en zorg ervoor dat geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Wilt u advies over een overeenkomst? Neem contact op met mr. Marieke van Gelder via mvangelder@vangelderadvocaten.nl of 088 – 88 40 840.