Mr. Adriënne van Geel wint procedure voor sollicitante die gediscrimineerd werd

Bij de Rechtbank Den Haag speelde zich onlangs een procedure af over een sollicitante die niet werd aangenomen bij COA vanwege het feit dat zij zwanger was. Adriënne van Geel stond de sollicitante bij en vorderde – met succes – een schadevergoeding.  

Discriminatie is wettelijk verboden

Zowel Nederlandse wetgeving als internationale verdragen verbieden ongelijke behandeling op basis van onder meer ras en afkomst, geslacht en zwangerschap. Niet alleen werknemers kunnen hierop een beroep doen; ook sollicitanten, vrijwilligers en uitzendkrachten. Wanneer een werkgever of een beoogd werkgever zich aan een verboden vorm van ongelijke behandeling schuldig maakt, kan de wederpartij schadevergoeding eisen.

‘Dat maakt de zaak anders’

Zowel Nederlandse wetgeving als internationale verdragen verbieden ongelijke behandeling op basis van onder meer ras en afkomst, geslacht en zwangerschap. Niet alleen werknemers kunnen hierop een beroep doen; ook sollicitanten, vrijwilligers en uitzendkrachten. Wanneer een werkgever of een beoogd werkgever zich aan een verboden vorm van ongelijke behandeling schuldig maakt, kan de wederpartij schadevergoeding eisen.

Nadat de sollicitante tijdens het tweede gesprek, waarin haar de baan was toegezegd, had aangegeven dat zij zwanger was, gaf de medewerker van COA aan dat ‘dat de zaak anders maakte’ en werd de sollicitante geen arbeidsovereenkomst aangeboden. Partijen spraken af dat zij nog telefonisch contact zouden hebben en de sollicitante nam dat telefoongesprek met COA op. Daaruit werd duidelijk dat de zwangerschap en het aanstaande moederschap voor COA de reden was om geen arbeidsovereenkomst aan te willen gaan. Dat is een vorm van verboden ongelijke behandeling op basis van geslacht. Het verweer van COA dat de sollicitante was geweigerd omdat zij niet geschikt zou zijn voor de functie werd door de kantonrechter afgewezen. Op grond van onrechtmatige daad moest COA de schade van de sollicitante vergoeden.

Begroting schade

Vervolgens diende de kantonrechter de vraag te beantwoorden welke schade het gevolg was van het feit dat vanwege de zwangerschap geen dienstbetrekking was aangeboden aan de sollicitante. De kantonrechter bepaalde de hoogte van de schade aan de hand van een aantal veronderstellingen omtrent de te verwachten duur en omvang van het dienstverband, indien dat wel zou zijn aangegaan.

De sollicitante veronderstelde dat de arbeidsovereenkomst ten minste twee jaar zou hebben geduurd, omdat COA had aangegeven dat de maximale duur van de ketenregeling zou worden benut. Concreet bewijs van deze toezegging ontbrak echter. COA ging uit van een arbeidsovereenkomst voor zes maanden, die daarna hoogstwaarschijnlijk niet zou worden voortgezet vanwege de krimp van de asielinstroom.
Voor de functie waarop de sollicitante had gesolliciteerd was een inwerkperiode van ongeveer zes maanden nodig. Daarom vond de kantonrechter een arbeidsduur van een half jaar, zoals COA stelde, niet aannemelijk. De kantonrechter bepaalde voor de berekening van het schadebedrag het dienstverband op één jaar. Uit een van de formulieren die COA tijdens de sollicitatie had ingevuld, werd afgeleid dat de voorkeur van de sollicitante zou uitgaan naar 32 uur per week. Die omvang nam de kantonrechter als uitgangspunt. De kantonrechter berekende de schadevergoeding op een jaarsalaris, vermeerderd met het gemiste bedrag aan werkgeversdeel van de pensioenpremie. De totale vergoeding kwam uit op een bedrag van € 37.000.

De kantonrechter zag geen aanleiding voor vergoeding van immateriële schade.

Tot slot

Klik hier voor de publicatie van de uitspraak.