Een beetje meer duidelijkheid door de Minister omtrent de Compensatieregeling

Vrijdag 9 december 2019 heeft Minister Koolmees een brief aan de Kamer gestuurd met daarin relevante informatie over slapende dienstverbanden. Een korte samenvatting van de brief van de Minister waarin hij meer duidelijkheid wenst te geven over de Compensatieregeling:

1. UWV zal ook transitievergoedingen compenseren die gelegen zijn in een beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer. Dit naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2019 over slapende dienstverbanden (zie ook onze blog over dit arrest);

2. een beëindigingsovereenkomst die is gesloten/ondertekend in 2019, waarbij het dienstverband eindigt in 2020 wordt conform de berekenwijze van de transitievergoeding ingevolge de WWZ gecompenseerd (berekend tot daags na het verstrijken van de zogenaamde wachttijd van 104 weken);

3. het overgangsrecht voor compensatie wordt NIET aangepast. Hierdoor zal UWV vanaf 2020 de transitievergoeding compenseren aan de hand van de berekenwijze van de transitievergoeding ingevolge de WAB. Deze berekenwijze op grond van de WAB geldt dus ook als het einde van de 104-weken-wachttijd (2 jaar ziekte) vóór 2020 is gelegen en de oude/hoge transitievergoeding (ingevolge de WWZ) verschuldigd is. Werkgevers zijn voldoende geïnformeerd en gewaarschuwd slapende dienstverbanden te beëindigen, aldus de Minister;

4. het advies van de Minister is om nog vóór 1 januari 2020 slapende dienstverbanden te beëindigen om zodoende de hoge compensatie te behouden;

5. de ‘brutoloon’-voorwaarde in de compensatieregeling zal NIET reeds per  april 2020 in werking treden. Deze bepaling houdt in dat niet meer kan worden gecompenseerd dan de hoogte van het loon dat de werkgever gedurende de twee jaar ziekte aan de werknemer heeft betaald. De wetgever gaat onderzoeken of het mogelijk is om bepaalde uitkeringen en subsidies (bijvoorbeeld tijdens een vervroegde IVA-uitkering, vangnetters, loonsubsidies, etc.) niet van invloed te laten zijn op het maximale compensatiebedrag en dus of aanpassing van het maximum van het betaalde loon tijdens twee jaar ziekte wenselijk en uitvoerbaar is;

6. de langere beslistermijn voor UWV van zes maanden bij compensatieverzoeken gaat gelden voor alle gevallen waarin het einde van de 104-weken-wachttijd is gelegen vóór 1 april 2020. Als betaling plaatsvindt op of na 1 april 2020 maakt dat een dergelijk geval geen ‘nieuwe aanvraag’, nu het moment waarop de wachttijd verstreken is, beslissend is.